Saprobie
Saprobie is een maat voor de afbraak van organische stoffen in het water. De naam is afkomstig van het Griekse woord sapros, wat zoiets als rottend of verrot betekent.

Geschiedenis

In het midden van de 19de eeuw ontwikkelde de industrie in Europa zich sterk, waardoor er ook veel fabrieken kwamen die organische produkten verwerkten. Denk aan hout-, zetmeel- en suikerfabrieken. Deze fabrieken loosden hun afvalwater ongezuiverd op het oppervlaktewater, wat een zware belasting van dat ontvangende water inhield. Als dan ook nog de omliggende bebouwing het rioolwater ongezuiverd loosde, dan is het begrijpelijk dat er een vieze stinkende bende overbleef. Aangezien in het algemeen werd geloosd in een rivier, een makkelijke en goedkope manier om van je afvalwater af te komen, stroomde de vervuiling de stad uit en zat het gebied benedenstrooms met de brokken. Omdat dit zelfde water ook moest dienen als drinkwater, onstond de behoefte de vervuiling te kunnen meten en beoordelen. In 1902 werd in Duitsland een systeem beschreven door Kolkwitz en Marsson, dat de basis werd van een indeling van de graden van organische vervuiling en een beoordeling van de waterkwaliteit. In 1962 werd door Liebmann een verbeterde versie van dit systeem beschreven.

Het saprobiesysteem

De indeling van water naar vervuilingsgraad werd dus voor het eerst toegepast op stromend water. In stromend water komen stroomversnellingen en draaikolken voor, waardoor er extra zuurstof in het water komt. De organische stoffen van de vervuiling zijn een voedselbron voor bacteriën en schimmels. Bij het afbreken van die vervuiling wordt zuurstof verbruikt. Aangezien water weinig zuurstof bevat (zie de uitleg over water), is er al snel een tekort. Zeker als er niet voortdurend zuurstof vanuit de lucht wordt aangevuld. Stroomafwaarts van de vervuilingsbron wordt dus steeds meer vuil afgebroken en wordt het water schoner. Uiteindelijk is alle organische vervuiling afgebroken en heeft het water zichzelf gereinigd.
De vervuilingsgraad is daardoor te relateren aan het zuurstof. Zowel de hoeveelheid die je in het water vindt, als aan de schommelingen in de gehalten die er op kunnen treden. Lang niet alle dieren kunnen tegen lage zuurstofgehalten of tegen grote schommelingen in die gehalten. Hierdoor is het mogelijk via de aangetroffen soorten een uitspraak te doen over de vervuilingsgraad.
Er worden 4 hoofdcategorieŽn onderscheiden in het saprobiesysteem. Van schoon naar vuil zijn dat:
  • oligosaproob (niet verontreinigd)
  • a-mesosaproob (alfa-mesosaproob, licht verontreinigd)
  • b-mesosaproob (beta-mesosaproob, matig verontreinigd)
  • polysaproob (sterk verontreinigd)
In de praktijk kunnen er nog allerlei extra onderverdelingen gemaakt worden.

Indicatorsoorten

De diersoorten die op een bepaalde plaats voorkomen, geven een afspiegeling van de vervuilingsgraad die in dat betreffende water te vinden is. Als een schoon water verontreinigd wordt, dan zullen de soorten die daar niet tegen kunnen snel verdwijnen. Zij worden vervangen door soorten die wel tegen de heersende situatie zijn opgewassen. Hierdoor is mogelijk aan de hand van de voorkomende soorten een schatting te maken van het aanwezige saprobieniveau. Dat gebeurt aan de hand van zogenaamde indicatorsoorten. Deze indiceren dus de kwaliteitsklasse. Hieronder staan een aantal voorbeelden van indicatorsoorten en de bijbehorende saprobieklasse.

oligosabrooba-mesosaproob
steenvlieg
steenvlieglarf

platworm
platworm

kokerjuffer
naakte kokerjuffer
b-mesosaproobpoysaproob
waterpissenbed
waterrpissenbed


bloedzuiger

bloedzuiger
rode muggenlarf
rode muggenlarf

rode slingerworm
rode slingerworm

Andere manieren om de saprobie te meten

Aangezien saprobie de hoeveelheid organisch materiaal in het water aangeeft, is het ook mogelijk de concentratie van dit organisch materiaal rechtstreeks chemisch te meten. Dat gebeurt met behulp van kaliumdichromaat, een zout dat het organische materiaal direkt oxideert en omgerekend kan worden naar de hoveelheid zuurstof die daarvoor nodigzou zijn. Deze bepaling wordt aangeduide met de term chemisch zuurstof verbruik, CZV (ofwel chemical oxygen demand op zijn Engels, COD). Een uitgebreide beschrijving van deze bepaling is te vinden in Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/CZV.

Ook op een biologische manier is het mogelijk de sparobie in het laboratorium te bepalen. Daarbij worden afgesloten flesjes metoppervlaktewater in het donker 5 dagen bewaard en wordt het zuurstofgehalte in de flesjes voor en na deze periode gemeten. De bepaling wordt aangeduid met de naam biologisch zuurstof verbruik BZV5 (biochemical oxygen demand op zijn Engels, BOD). Een beschrijving van de bepaling is er niet in de nederlandse Wikipedia, maar wel in de Engelse: http://en.wikipedia.org/wiki/Biochemical_oxygen_demand.